Veehouderij / Mestverwerking

Veehouderij
De boer is altijd een belangrijke gebruiker geweest van het land. De afhankelijkheid van grond, water en klimaat heeft de boer  heel lang met respect met het landschap doen omgaan. Sinds het gebruik van kunstmest algemeen is geworden en velen zijn gaan denken dat de mens superieur is aan alles wat er verder op aarde is, lijkt het respect af te nemen. Daarnaast wordt tegenwoordig heel veel afgerekend op zijn economische waarde, groei lijkt de heilige graal. Die economische groei verdraagt zich niet altijd met respect voor natuur, milieu en landschap.

We kennen maar al te goed de nadelen van de veehouderij in de vorm van dierziekten, antibiotica-resistentie en stankoverlast. De mate waarin die ziekten zich voordoen is mede het gevolg van de enorme “dierdichtheid” die zich in sommige streken van Nederland voordoet. Het Land van Cuijk is één van die regio’s. Als gevolg daarvan is de mestproductie in onze regio veel groter dan de mestplaatsingsruimte (de hoeveelheid mest die de grond en de daarop groeiende planten kunnen verwerken). De wet zegt dat er op bedrijfsniveau geen mestoverschot mag zijn. Een wet die niet gehandhaafd wordt. Bovendien een voorschrift dat verder onder druk komt te staan nu het melkquotum is opgeheven en de varkens- en kippenrechten dreigen te verdwijnen. Verdere schaalvergroting van de veehouderijen zal het mestprobleem vergroten, de risico’s van (nieuwe) dierziekten doen toenemen en de stankoverlast verergeren.

De Milieuvereniging Land van Cuijk is samen met veel andere natuur- en milieuorganisaties, verenigd in het burgerplatform Minder Beesten, van mening dat grootschalige mestverwerking niet gaat lukken en dat de oplossing van de steeds toenemende milieuproblemen moet komen van een duurzamer landbouwmodel. Daarvan zal inkrimping van de veestapel onvermijdelijk een onderdeel zijn. Grootschalige veehouderij is, zeker in het dichtbevolkte Nederland, een doodlopende weg.

 

Mestverwerking, een reële oplossing voor de overschotten of opnieuw een doekje voor het bloeden?

Mestverwerking

De feiten op een rijtje

Vanaf 1960 is de productie van de Nederlandse landbouw flink toegenomen. Via specialisatie, schaalvergroting en intensivering is ook in Nederland het fenomeen intensieve veehouderij geïntroduceerd en is deze vervolgens tot grote "bloei" gekomen. Vooral het houden van varkens, pluimvee  of vleesvee op naar verhouding kleine oppervlakten cultuurgrond is uitgegroeid tot een vorm van bedrijvigheid die gepaard gaat met grote aantallen dieren, veel import van veevoer en een groot aandeel in de Nederlandse export van agrarische producten.

Door het huisvesten van grote aantallen dieren op kleine oppervlakten cultuurgrond ontstond geleidelijk aan een productie aan dierlijke mest die vele malen groter was dan die op de eigen landbouwgronden zonder overbemesting verwerkt kon worden. Als gevolg van de overbemesting is de druk op het milieu (lucht, bodem en water) zo groot geworden dat maatregelen van overheidswege noodzakelijk werden geacht. In 1984 leidde dit tot de invoering van de "Interim-wet beperking varkens- en pluimveehouderijen". Op 1 januari 1987 volgde een uitbreiding van de regelgeving op basis van besluiten in het kader van de "Wet bodembescherming" en de "Meststoffenwet".

Tussen 1 januari 1998 en 1 januari 2006 gold voor de meest intensieve bedrijven (meer dan 2,5 grootvee-eenheden (gve) per hectare cultuurgrond) het mineralen-aangiftesysteem (MINAS). (Gve is een grootvee-eenheid; is gelijk aan de fosfaatproductie van 1 melkkoe). De minder intensieve, niet-MINASplichtige bedrijven kregen een gebruiksnorm opgelegd voor fosfaat uit dierlijke en overige organische mest (zuiveringsslib) van 85 kg fosfaat per hectare en 80 kg fosfaat vanaf 2002. Tussen 2001 en 2006 gold MINAS ook voor veel bedrijven zonder vee. Wanneer een bedrijf met zijn dierlijke mestgift boven de aanvoernorm kwam, werd het automatisch verplicht om deel te nemen aan MINAS. De MINAS-plichtige bedrijven moesten een evenwicht bereiken tussen de hoeveelheid aangevoerde fosfaat en stikstof en de afgevoerde hoeveelheid, met acceptatie van zekere verliezen per hectare cultuurgrond, de zogenaamde verliesnormen. De verliesnormen zouden gefaseerd worden aangescherpt. Het streven was om de verliezen zoveel mogelijk te beperken.

Vanaf 2006 heeft Nederland een nieuw mestbeleid moeten invoeren. Aanleiding hiervoor was een uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat MINAS ontoereikend is om aan de eisen van de Nitraatrichtlijn te voldoen. MINAS is daarom per 1 januari 2006 vervangen door een stelsel op basis van gebruiksnormen.

Hieruit volgde dat veehouders niet langer meer mest mogen produceren dan ze op eigen grond en via contracten kwijt kunnen. Wie toch meer mest produceert moet een percentage van het overschot verplicht verwerken. In 2015 moet 30 procent van het mestoverschot verwerkt of geëxporteerd zijn.

Mestverwerkingsinitiatieven
Door middel van verwerking van mest het mestprobleem oplossen is allesbehalve nieuw. Al 25 jaar lang worden steeds weer nieuwe verwerkingsinitiatieven uitgedacht, en geregeld met subsidie in de markt gezet om daarna weer relatief vlot van het toneel te verdwijnen. Slechts een enkele mestverwerker houdt stand. Momenteel staan wederom een aantal initiatieven (waaronder MACE in Landhorst) in de startblokken, nu veehouders met een mestoverschot verplicht zijn een deel van de mest te laten verwerken, maar hoeveel kans maken die initiatieven? Mestverwerking wordt vooral gezien als een manier om van het mestoverschot af te komen. Dit is meteen de reden waarom zo’n 90 procent van de mestverwerkingsinitiatieven in de afgelopen jaren is mislukt. Mestverwerking wordt gestuurd vanuit de veehouderij en te weinig vanuit de plantaardige teelten, waarin de producten van waarde moeten zijn. Verder is er te weinig aandacht voor de draagkracht van het natuurlijk milieu.  Mestverwerking lost de problematiek dieren en mest/nutriënten niet op, stikstof en fosfaat blijven aanwezig. Overbemesting van landbouwgronden, bodem,- en oppervlaktewaterverontreiniging, stankoverlast en de overbelasting van onze natuurterreinen met stikstof gaat onverminderd door. Het aandeel fijnstof in de lucht overschrijdt de norm. De kans op overdraagbare dierziekten op de mens is zeer aanwezig en ongerustheid hieromtrent neemt ernstige vormen aan.

De reeks mislukte mestverwerkingsinitiatieven is lang, heel veel langer dan de rij initiatieven die wel slaagden. In de jaren ’90 vielen grote verwerkers als Promest en Scarabee al vrij snel na hun oprichting om. En ook initiatieven van recente datum, zoals Biogreen Salland, Aqua Purga, AgriModem en Ferm-o-Feed werden geen succes. De huidige troef op het gebied van mestverwerking betreft het zogenaamde mineralenconcentraat. Dit zijn de restproducten die bij de be- en verwerking van mest vrijkomen. Maar diverse bronnen voorspellen dat het ook hiermee slecht zal aflopen, zolang gerekend wordt vanuit het wegwerken van mestoverschotten. Ook bij de vermarkting van deze mineralenconcentraten wordt te weinig rekening gehouden met de bemestende waarde voor gewassen, de logistiek, opslag en het toedieningsgemak voor de gebruikers.

Mestverwerkinginitiatief MACE Landhorst (gemeente Sint Anthonis)
MACE  staat voor Mineralen Afzet Coöperatie Elsendorp en is ontstaan uit een samenwerkingsverband van vier boeren in het Peelgebied. Zij startten reeds in 2008 en op 11 oktober 2009 werd de coöperatie opgericht. Ruim 200 leden (boeren) hebben zich inmiddels aangesloten en hebben een contract waarin is opgenomen de hoeveelheid ruwe mest die zij jaarlijks zullen aanleveren. Gezamenlijk hebben zij voor ruim 420.000 ton ruwe drijfmest ingeschreven.

Activiteit en plaats van de activiteiten
In 2014 werd duidelijk dat de coöperatie plannen had om aan de Quayweg 8 in Landhorst, gemeente Sint Anthonis, een mestbe-/verwerkingsinstallatie op te richten om 500.000 kubieke meter ruwe drijfmest te verwerken.

Burgers uitten hun ongerustheid
Burgerinitiatieven uit Landhorst en Boekel werden opgericht en uitten hun ongerustheid over de mogelijke komst van een dergelijke mestverwerker. Ferm-o-feed in Landerd en andere overlastbezorgende mestverwerkingsinstallaties werden als voorbeeld genomen. Het stinkt hier al genoeg, er kan niets meer bovenop, was een veelgehoorde kreet. Landhorst werd behangen met protestborden en middels vele bijeenkomsten werden de inwoners van Landhorst en Boekel geïnformeerd over de stand van zaken omtrent de mestverwerker. Wakker dier en vertegenwoordigers uit de lokale, provinciale en landelijke politiek bezochten Landhorst en werden geconfronteerd met de, in de beleving van vele burgers, zorgelijke ontwikkelingen.

Milieuvereniging Land van Cuijk en de klankbordgroep MACE
De Milieuvereniging Land van Cuijk, al meer dan 35 jaar actief, liet het MACE initiatief ook niet ongemoeid. De klankbordgroep MACE werd opgericht en de Milieuvereniging nam hierin zitting. Gerard Hermens vertegenwoordigt onze vereniging in de klankbordgroep. De klankbordgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van burgers uit Landhorst en Boekel, de initiatiefnemers van MACE, de gemeente Sint Anthonis, de GGD, Werkgroep Mestverwerking en de Milieuvereniging Land van Cuijk. Zitting hebben in de klankbordgroep heeft voor de milieuvereniging als doel geïnformeerd te worden over de ontwikkelingen omtrent het initiatief, onze inbreng qua gezichtpunten op het juiste moment in te zetten om uiteindelijk de standpunten van onze vereniging ten aanzien van het mestverwerkingsinitiatief gemotiveerd uit te dragen. De klankbordgroep is, afhankelijk van de ontwikkelingen en de urgentie hiervan, diverse keren bijeen geweest en wordt bijgestaan door het zogenaamde urgentieteam. Het urgentieteam opereert onder verantwoordelijkheid van en wordt gefaciliteerd door de Provincie, levert onafhankelijke expertise in de vorm van begeleiding van de klankbordgroep waaronder een gespreksleider en notulist. Doel van het urgentieteam is om partijen bij elkaar te brengen, agenda’s samen te stellen, de bijeenkomsten te beleggen, te begeleiden en verslag hiervan te doen.

Stand van zaken
Voordat een mestverwerkinginstallatie als MACE daadwerkelijk opgericht kan worden moeten allereerst de daarvoor benodigde vergunningen, met hun procedurele pad, worden verleend.

Bevoegd gezag
Een eerste beoordeling van een aanvraag voor het oprichten van een installatie in onderhavig geval, vindt plaats door de in het plangebied gelegen gemeente. (Sint Anthonis)  Zij bepaalt wie uiteindelijk een Besluit moet nemen op de aanvraag (bevoegd gezag). De aard en de omvang van de activiteiten van de aanvraag zijn de parameters hiervoor. In het geval van MACE gaf de omvang van de verwerkingscapaciteit de doorslag en betekende in dit kader dat  niet de gemeente Sint Anthonis, maar Gedeputeerde Staten (de provincie) de Besluiten moet nemen en de benodigde vergunningen moet verlenen. De omvang van de aangevraagde installatie betekende tevens dat in het kader van het Besluit M.E.R. (milieueffectrapportage) mogelijk een uitgebreide Milieueffectrapportage moet worden opgesteld.

Niet onbelangrijk hier te noemen is dat, in het kader van de Wet op de ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Sint Anthonis dient te worden gewijzigd. Het mestverwerkingsinitiatief MACE wordt als een industriële onderneming beschouwd in een primair agrarische omgeving. Het wijzigen van de bestemming moet plaatsvinden door de gemeente waarin het plangebied is gelegen. De gemeente Sint Anthonis is in deze dus het bevoegde gezag. Hiertoe wordt door de gemeente Sint Anthonis gewerkt aan een zg. ‘voorbereidingsbesluit'. Middels een brief aan de gemeente Sint Anthonis hebben de Milieuvereniging Land van Cuijk en andere belanghebbenden hun zorgen geuit omtrent deze ontwikkeling en daarmee een voorschot genomen op een mogelijk positief besluit door de  gemeenteraad.

Wat is een milieueffectrapportage?
De milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een voornemen (oprichten van een mestverwerkingsfabriek) in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. Zo kan de overheid de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. M.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. Er is een richtlijn voor project-m.e.r. en een richtlijn voor plan-m.e.r. (SMB). In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in de uitvoeringswetgeving in de vorm van een Amvb (het Besluit m.e.r.). Inmiddels heeft ook andere wetgeving invloed op m.e.r., zoals de Crisis- en herstelwet (Chw). Het doel van milieueffectrapportage (m.e.r.) is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en het verbeteren van de milieu-attitude. Doordat m.e.r. de gevolgen voor het milieu in beeld brengt, is de houding van betrokkenen in positieve zin te beïnvloeden.

M.e.r. beoordelingsnotitie en wanneer een M.e.r.- rapportage?
Nu het mestverwerkingsinitiatief MACE voldoet aan de criteria van M.e.r. (omvang) (verwerkingscapaciteit) dient nader te worden onderzocht of de nadelige gevolgen voor het milieu uitsluitend door uitgebreid onderzoek inzichtelijk kunnen worden gemaakt. De uitgebreide Mileu-effect-Rapportage. (m.e.r.) Hiervoor is in mei 2015 door MACE een zogenaatmde ‘Beoordelingsnotitie’ of ‘aanmeldingsnotitie’ aangeboden aan de provincie. De aanmeldingsnotitie dient inzichtelijk te maken of een uitgebreide MER-rapportage noodzakelijk is. De beoordeling hiervan zal in opdracht van de provincie, het bevoegde gezag, door de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) worden uitgevoerd.

De stem van de Klankbordgroep en dus de Milieuvereniging Land van Cuijk op de Besluitvorming door Gedeputeerde staten. (GS)
Afgesproken is dat na overleg de beoordelingsbevindingen van de omgevingsdienst (ODBN), Mobilisation, het Waterschap, de GGD en de klankbordgroep gebundeld aan Gedeputeerde Staten zullen worden aangeboden.

Mobilisation is een milieuadviesbureau dat de klankbordgroep, ten aanzien van de beoordelingsnotitie, een onafhankelijk advies zal leveren. De doelstelling van Mobilisation is om in overeenstemming met artikel 130r(1) (thans artikel 174) vtan het EG-milieubeleid het bevorderen van:

behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu;
bescherming van de gezondheid van de mens;
behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
het nemen van maatregelen om het hoofd te bieden aan lokale, regionale of mondiale milieuproblemen.

Uitwisseling ‘Beoordelingsstandpunten’
De M.E.R. Beoordelingsnotitie MACE zal door alle vertegenwoordigingen worden 
beoordeeld, worden gerapporteerd en daarna onderling worden aangeboden. Bevindingen 
en standpunten zullen in gezamenlijke overleggen worden uitgewisseld. 
Deze overleggen zullen de komende tijd plaats vinden. De beoordelingsnotitie Mer is ook door de Milieuvereniging Land van Cuijk kritisch bestudeerd en de hieruit voortgevloeide aandachtspunten en principiële inzichten zullen in genoemde overleggen worden ingebracht. Onze principiële standpunten en inzichten zullen leidend zijn en blijven. Concessies zullen niet vanzelfsprekend compromissen inhouden. Ten aanzien van de aanmeldingsnotitie m.e.r. en de beoordeling hiervan door O.D.B.N., het Waterschap, de GGD en Mobilisation kunnen de bevindingen van de Milieuvereniging nog wijzigen. Standpunten, waaraan principiële inzichten ten grondslag liggen, zullen worden aangehouden.

Hoe verder?
Het urgentieteam mestverwerking heeft de volgende afspraken gearrangeerd nl. dat:

op 28 augustus as. door de klankbordgroep en de overige vertegenwoordigingen een bijeenkomst zal worden belegd waar de individuele beoordelingen zullen worden uitgewisseld;
op 4 september as. door de klankbordgroep en de overige vertegenwoordigingen een bijeenkomst zal worden belegd waar de eindrapportages van iedere vertegenwoordiging zullen worden gebundeld met als doel deze gezamenlijk aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant aan te bieden.

Afgesproken in de klankbordgroep is verder dat de eindconclusies niet eerder naar buiten zullen worden gebracht alvorens deze in het overleg op 4 september zijn gepasseerd. Hiermee wil men voorkomen dat een en ander de media bereikt voordat de initiatiefnemers zijn geïnformeerd en de individuele beoordeellaars de definitieve eindconclusie kenbaar hebben gemaakt.

De provincie aan zet
Het bevoegd gezag, de provincie, neemt de beslissing of voor de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, een m.e.r.- procedure moet worden doorlopen.  Deze stap is geregeld in de artikelen 7.17, 7,18, en 7.19 van de Wet Milieubeheer. Het bevoegd gezag houdt hierbij rekening met de criteria van de Europese richtlijn. Het bevoegd gezag neem uiterlijk 6 weken na de datum van ontvangrst een beslissing of voor de m.e.r. –beoordelingsplichtige activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r. –procedure moet worden doorlopen. Deze beslissing zal worden gepubliceerd.

Hoe verder na de beslissing door de Provincie?
Afhankelijk van het  Besluit door de provincie, wanneer in het geval dat geen m.e.r- procedure wordt vereist, kan door belanghebbende bezwaar/beroep worden aangetekend. Dit zal dan door de milieuvereniging ter overweging worden genomen. Voorlopig dus nog even geduld.

Stem MLvC/inbreng bezwaar-Beroep
Principieel nee tegen mestverwerkingsinitiatieven!
- mestinitiatieven lossen de problemen, die het gevolg zijn van het houden van te veel dieren, niet op;

-mestinitiatieven  zullen de problemen in stand houden en kunnen de opstap zijn naar het houden van nog meer dieren;

- mestinitiatieven houden mondiale problemen in stand of verslechteren deze. Import van grondstoffen en dien ten gevolge het kappen van wouden zijn het gevolg;

- mestinitiatieven houden problemen in stand of verslechteren deze tav. geur, ammoniak, fijnstofemissies, bodemverontreiniging, grond- en oppervlaktewatervervuiling; 

- problemen omtrent volksgezondheid blijven in stand en zullen mogelijk verslechteren;

Gerard Hermens vertegenwoordigt de Milieuvereniging Land van Cuijk in de Klankbordgroep Mestverwerking MACE.