Natuurcompensatie in relatie tot verleende vergunningen in het LvC

De Milieuvereniging Land van Cuijk wil van de 5 gemeenten in onze regio weten hoeveel vergunningen er de afgelopen 10 jaar verleend zijn waarin natuurcompensatie is opgenomen. Ook wil ze weten om welke percelen het daarbij gaat, en wat de inhoud van de vergunning en van de compensatieplicht is. De gemeenten reageerden verschillend op ons verzoek:

Gemeente Sint Anthonis:

Op 3 juni 2018 stelden we de gemeente Sint Anthonis de volgende vragen over vergunningverlening en natuurcompensatie [JR1812]. Op 20 juni antwoordde de gemeente ons al [antwoord Sint Anthonis]. De in het antwoord genoemde bijlage publiceren we hier niet, wél kunnen we stellen dat van de 33 vergunningen die de afgelopen 10 jaar verleend zijn met daarin natuurcompensatie opgenomen, in 11 gevallen erfbeplanting (gedeeltelijk) is opgericht.

 

Gemeente Boxmeer:

Op 3 juni 2018 stelden we de gemeente Boxmeer de volgende vragen over vergunningverlening en natuurcompensatie [JR1808]. De Afdeling Vergunningen beantwoordde onze brief op 17 augustus [antwoord Boxmeer 17-08-18]. Daarin verwees ze naar een door ons ingediend verzoek in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) uit 2017, welk verzoek we echter (toen) niet ingediend hadden. En hoewel ons verzoek geen verzoek in de zin van de WOB was, was de Afdeling toch bereid om onze vragen te beantwoorden: “In ons vergunningensysteem zijn geen omgevingsvergunningen bekend waarbij er een verplichting voor natuurcompensatie is opgenomen. Vanzelfsprekend hebben wij bij diverse projecten wel natuurcompensatie geëist echter betreft het hier ruimtelijke procedures en geen omgevingsvergunningen”. Mooi, maar om welke projecten gaat het dan? Die lijst hadden we graag gehad, maar dus niet gekregen.

Dus stelden we op 26 augustus nogmaals onze vragen [JR1814]. Omdat nu een antwoord uitbleef, dienden we op 4 november nogmaals onze vragen in (een dag later gaven we de brief ook nog persoonlijk af op het gemeentehuis), dit keer wél in het kader van de WOB [JR1817]. Op 8 december beantwoordde het hoofd van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving onze brief [antwoord Boxmeer 08-12-18]. Echter, het hoofd constateerde dat ons verzoek geen WOB-verzoek betrof omdat we louter informatieve vragen gesteld hadden; toch wilde hij wel antwoord geven. Daarbij ging hij in op één concrete situatie, waarover we in ander verband eerder dat jaar vragen hadden gesteld.

Omdat de gemeente dus alleen antwoord wilde geven op heel concrete vragen, stelden we die per brief van 17 december [JR1824]. De gemeente antwoordde niet binnen de wettelijke termijn van 4 weken, en daarom stelden we haar op 18 februari 2019 in gebreke [JR1901]. Op 2 maart – dus na 9 maanden! – kregen we dan eindelijk antwoorden op onze vragen [antwoord Boxmeer 02-03-19]. De in het antwoord genoemde bijlage publiceren we hier niet; het is een lijst met 44 locaties waarvoor een ‘voorwaardelijke verplichting’ tot ‘te realiseren en in stand te houden beplanting’ geldt.

 

Gemeente Grave:

Op 3 juni 2018 stelden we de gemeente Grave de volgende vragen over vergunningverlening en natuurcompensatie [JR1810]. Op 6 juni ontvingen we een ontvangstbevestiging, met de mededeling dat ernaar gestreefd werd om binnen acht weken te antwoorden.

Dit gebeurde echter niet, dus vroegen we op 26 augustus per e-mail de gemeente ons te “laten weten of, en eventueel op welke termijn wij d[i]e antwoorden op onze vragen over verleende vergunningen waarin natuurcompensatie is opgenomen kunnen verwachten?”

En weer kregen we geen antwoord. Daarom dienden we onze vragen op 4 november nogmaals in (op 8 november gaven we de brief ook nog persoonlijk af op het gemeentehuis), nu in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur [JR1819]. Op 13 november ontvingen we een ontvangstbevestiging, met de mededeling dat het bericht was “doorgestuurd aan de afdeling Bedrijfsvoering, cluster Juridische Zaken Beleid”. En tweeëneenhalve week later, op 30 november, kregen we antwoord. Omdat we niet verzocht hadden “om het openbaar maken van informatie neergelegd in documenten (artikel 3, lid1 Wob)”, werd ons verzoek niet als een verzoek op grond van de Wob beschouwd, maar als een verzoek om informatie [antwoord Grave 30-11-18]. En die informatie wilde de gemeente wel geven: ze had “geen overzichten bijgehouden over hoeveel vergunningen met daarin opgenomen natuurcompensatieplicht [ze] de afgelopen tien jaar [heeft] verleend” en ook geen “overzicht van de inhoud van de opgenomen compensatieplicht en welke percelen daadwerkelijk gecontroleerd zijn en wat de bevindingen waren”. Tóch wilde de gemeente wel proberen onze vragen zo goed mogelijk te beantwoorden, en zou ze ons daarover “binnenkort” een brief sturen. Die brief moet echter nog steeds komen…

 

Gemeente Mill en Sint Hubert:

Op 3 juni 2018 stelden we de gemeente Mill en Sint Hubert de volgende vragen over vergunningverlening en natuurcompensatie [JR1811]. Op 8 juni ontvingen we een ontvangstbevestiging, met de mededeling dat het bericht was “doorgestuurd aan de afdeling Ontwikkeling, cluster Ruimtelijk Beleid”.

Omdat we geen antwoorden op onze vragen kregen, vroegen we op 26 augustus per e-mail de gemeente ons te “laten weten of, en eventueel op welke termijn wij d[i]e antwoorden op onze vragen over verleende vergunningen waarin natuurcompensatie is opgenomen kunnen verwachten?”

En weer kregen we geen antwoord. Daarom dienden we onze vragen op 4 november nogmaals in (een dag later gaven we de brief ook nog persoonlijk af op het gemeentehuis), nu in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur [JR1820]. Op 9 november ontvingen we een ontvangstbevestiging, met de mededeling dat het bericht dit keer was “doorgestuurd aan de afdeling Bedrijfsvoering, cluster Juridische Zaken Beleid”. En tweeëneenhalve week later, op 30 november, kregen we antwoord. Omdat we niet verzocht hadden “om het openbaar maken van informatie neergelegd in documenten (artikel 3, lid1 Wob)”, werd ons verzoek niet als een verzoek op grond van de Wob beschouwd, maar als een verzoek om informatie [antwoord Mill 30-11-18]. En die informatie wilde de gemeente wel geven: ze had “geen overzichten bijgehouden over hoeveel vergunningen met daarin opgenomen natuurcompensatieplicht [ze] de afgelopen tien jaar [heeft] verleend” en ook geen “overzicht van de inhoud van de opgenomen compensatieplicht en welke percelen daadwerkelijk gecontroleerd zijn en wat de bevindingen waren”. Tóch wilde de gemeente wel proberen onze vragen zo goed mogelijk te beantwoorden, en zou ze ons daarover “binnenkort” een brief sturen. Die brief moet echter nog steeds komen…

 

Gemeente Cuijk:

Op 3 juni 2018 stelden we de gemeente Cuijk de volgende vragen over vergunningverlening en natuurcompensatie [JR1809]. Op 6 juni ontvingen we een ontvangstbevestiging, met de mededeling dat ernaar gestreefd werd om binnen acht weken te antwoorden, en als dat niet zou lukken dat ze ons dan zouden laten weten waarom dat niet lukte en wanneer we dan een antwoord zouden kunnen verwachten.
Dit gebeurde echter niet, dus vroegen we op 26 augustus per e-mail de gemeente ons te “laten weten of, en eventueel op welke termijn wij d[i]e antwoorden [op onze vragen over verleende vergunningen waarin natuurcompensatie is opgenomen] kunnen verwachten?”
En weer kregen we geen antwoord. Daarom dienden we onze vragen op 4 november nogmaals in (twee dagen later gaven we de brief ook nog persoonlijk af op het gemeentehuis), nu in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur [JR1818]. Op 9 november ontvingen we een ontvangstbevestiging, met de mededeling dat de brief was doorgestuurd aan de afdeling Bedrijfsvoering, cluster Juridische Zaken, en dat we vóór 4 december antwoord zouden krijgen (of als dat niet zou lukken, we te horen zouden krijgen wanneer we dan wel antwoord zouden krijgen). Begin december werden we gebeld met het verzoek een afspraak te maken met ambtenaren die ons mondeling te woord wilden staan over ons verzoek. Dat gesprek heeft niet lang daarna plaats gevonden, en ons werd toegezegd dat we vóór eind januari 2019 een overzicht zouden krijgen van de verleende vergunningen met natuurcompensatie. Dat overzicht hebben we inmiddels ontvangen op 25 juni 2019. Gebleken is dat de gemeente er niet op toe ziet of opgelegde natuurcompensatie of erfbeplanting ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. In een gesprek op 25 juni met wethouder Stoffels en de teamleider is afgesproken dat deze zomer er een controle zal worden uitgevoerd en dat bij niet gerealiseerde compensatie er gehandhaafd gaat worden. Verder is door de gemeente toegezegd dat er een regeling komt waarbij t.b.v. van eventuele natuurcompensatie er een waarborgsom/bankgarantie zal worden gevraagd, voordat vergunningen worden afgegeven. Deze regeling is uiterlijk 01-01-2020 van kracht. Toegezegd is ook dat dezelfde regeling aan de gemeenten Grave en Mill zal worden voorgelegd. Ons lijkt dat een prima zaak. Duidelijk is dat zonder onze inspanning dit onderwerp absoluut onder de radar zou zijn gebleven. Op 4 december is er een nieuwe afspraak met de gemeente Cuijk om samen na te gaan of de gemaakte afspraken ook echt zijn uitgevoerd.