Flessenhals Oeffelt

De provincie is voornemens om bij de brug van de provincialeweg Oeffelt-Gennep (N264) de Maas meer ruimte te geven om bij hoogwater de doorstroomsnelheid te vergroten en een minder hoge waterstand te bereiken.

Onder de verbindingsweg Oeffelt-Gennep (N264) is een smalle waterdoorgang. Deze ‘flessenhals’ zorgt voor hoge waterstanden in de Maas. Het project ‘Ruimte voor de Maas bij Oeffelt' moet ervoor zorgen dat de waterstand ongeveer 21 centimeter zakt, zodat ook bij extreem hoogwater het overstromingsgevaar afneemt. Het plan is om de weg N264 op pilaren te zetten en het Duits Lijntje ter plaatse af te graven om de doorgang voor de Maas te verbreden. Daar waar de Viltsche Graaf het Duits Lijntje doorsnijdt komt een brede doorgang voor het rivierwater.

Provincie en samenwerkingspartners zoeken naar een oplossing voor dit ‘flessenhalsprobleem’. De oplossing moet voldoen aan de eisen voor de waterveiligheid, landschappelijke inpassing, maatschappelijk economische activiteiten en kosten. Volgens de planning moet het project in 2028 afgerond zijn. Zie Factsheet Flessenhals.

 

De MLvC is vanwege haar gebiedskennis uitgenodigd en bij het project betrokken. Op 7 december 2017 vond het eerste werkatelier plaats; Uit de uitnodiging: “In de huidige verkenningsfase van het project (onder)zoeken we kansrijke varianten die de ‘flessenhalsproblematiek’ kunnen oplossen; bijdragen aan de waterveiligheid en het (maasheggen) landschap versterken. Uiteindelijk dient hier een beste variant te worden geselecteerd op basis van een beoordelingskader dat onder meer criteria bevat voor de waterveiligheid, landschappelijke inpassing, maatschappelijk economische activiteiten en kosten.”.  Zie uitnodiging werkatelier 7 dec.

In dit werkatelier was met name aandacht voor de kansen die er lagen vanuit de verschillende belangen, zoals veiligheid, cultuurhistorie, recreatie en toerisme. Ook is gekeken naar de eerste versie van het beoordelingskader (dat onder meer criteria bevatten voor de waterveiligheid, landschappelijke inpassing, maatschappelijk economische activiteiten en kosten) en de zogenaamde meekoppelkansen.

Op 13 december 2017 hebben de MLvC en de Dassenwerkgroep gezamenlijk een brief gestuurd aan de omgevingsmanager, Martijn Koobs, om expliciet aandacht te vragen voor de das als beschermde soort, die bedreigd wordt door de plannen. Zie GV1703.

Werkatelier 2 vond plaats op 8 maart 2018. Doel van dit tweede werkatelier was vanuit de diverse thema’s  bouwstenen te selecteren en te bouwen aan een mogelijke oplossing. Het inmiddels vastgestelde beoordelingskader is aan bod gekomen. Zie uitnodiging werkatelier 8 maart.

Het derde werkatelier is gehouden op 26 april 2018. Hier zijn 3 varianten gepresenteerd, alsmede de toetsing aan de beleidskaders, de verbeelding en een nauwkeurige waterstandsberekening. Tijdens dit overleg heeft Geert Verstegen aangegeven zich niet te kunnen vinden in het proces omdat natuur niet wordt aangemerkt als drager voor de ontwikkelingen en niet van meet af aan is meegenomen bij de verkenning. Daarop heeft Geert besloten het overleg te verlaten.

 

Naar aanleiding hiervan heeft de MLvC op 13 juni 2018 een brief gestuurd aan de omgevingsmanager. Hierin wordt voorgesteld om de achterstandssituatie die voor de natuur in het gebied geldt, in te halen. Dit door middel van het aanwijzen van een aantal gidssoorten, die de gevolgen van de geplande ingreep aangeven. Zie GV1801 (Flessenhals).

Omdat er vanuit het project geen inhoudelijke reactie kwam is op 24 oktober 2018 opnieuw via email contact opgenomen met Martijn Koobs. Inmiddels is ook gebleken dat voor het project de input wordt gevraagd van de Noordelijke Maasvallei. Hierin zijn we niet vertegenwoordigd, zodat we mogelijk niet gehoord worden. Ook is inmiddels de voorkeursvariant al gekozen. Maar officiële communicatie hierover is er niet meer geweest.

Op 21 mei 2019 heeft een veldbezoek plaatsgevonden met de omgevingsmanager. Doel hiervan was om aan te geven welke ontwikkelingen in het gebied plaatsgevonden hebben en nog steeds plaatsvinden (met name kleiwinning). Als gevolg daarvan is er een enorme terugval geweest in de natuurwaarden, met name door vernatting. De intentie zou moeten zijn om de oorspronkelijke natuur terug te krijgen, allereerst door de situatie te herstellen. Dat wil zeggen verhoging van het grondpeil. Alvorens nieuwe ontwikkelingen zoals i.h.g.v. de Flessenhals in gang te zetten. De toezegging aan ons is dat natuur in de voorkeursvariant meegenomen gaat worden.

Op 29 maart 2020 heeft de MLvC een brief gestuurd aan GS en PS van de provincie Noord-Brabant. Zie JR2003. Deze brief komt daar echter niet aan. Naar aanleiding van deze brief neemt Martijn Koobs contact met ons op.  In een telefoongesprek op 28 mei 2020 geeft hij aan dat hij ervan uitging dat de MLvC deel uitmaakte van de partijen die in de Noordelijke Maasvallei vertegenwoordigd zijn. Dat is dus niet het geval. Hij vraagt of de brief nog doorgestuurd moet worden aan GS en PS. Geert geeft aan dat dat voorlopig nog niet nodig is. Martijn Koobs zegt toe stukken op te sturen. Maar deze stukken hebben we tot op heden niet ontvangen.

Op 8 juli 2020 heeft een veldbezoek plaatsgevonden met Tom Ludwig, statenlid (Groen Links). Omdat van de omgevingsmanager niets meer vernomen is, stelde hij voor om e.e.a voor te leggen aan de gedeputeerde, Peter Smit. Van een afspraak is het echter niet gekomen.

Op 2 maart 2021 krijgen we bericht dat het projectteam van Ruimte voor de Maas volledig vernieuwd is. De nieuwe omgevingsmanager, Annemarie Bovée, geeft aan graag een keer een afspraak te maken om met ons het veld in te gaan en onze ideeën en meningen te horen.

Op 21 april 2021 bezoeken ambtenaren van de Provincie NB het Maasheggengebied nabij Oeffelt samen met Dassenwerkgroep Brabant. Er komt een reactie op ons eerder voorstel (13 juni 2018) om de gevolgen van de weerdverlaging tegen een aantal soorten zoals de steenuil en de das te houden.
In eerste instantie zal dit vooral de plek in het proces betreffen.
Tijdens het bezoek is ook gesproken over het door ons gemaakte rapport: De route gemarkeerd, Dassenparagraaf
De systematiek van dit werkstuk zou goed kunnen dienen om het project in gezamenlijkheid tot een goed einde te brengen. We zijn namelijk liever creatief dan defensief….

We zijn benieuwd naar de reactie, afgesproken is dat we elkaar goed op de hoogte houden.

Per mail heeft de provincie eind mei haar excuus aangeboden voor het niet reageren op de brief van 29 maart 2020. Men geeft aan dat de ingreep in het gebied volledig gecompenseerd zal gaan worden. Ook compensaties die “we nog tegoed hadden”, vanuit eerdere ontgrondingen. Ook voor maasheggen die het niet gered hebben, omdat ze in het water zijn komen staan. Als er een ingenieursbureau is gekozen, zal er contact met MLvC en de Dassenwerkgroep worden gelegd.

Spannend wordt nog hoe we in de samenwerking met de provincie omgaan met niet nagekomen compensaties uit het verleden. Wat MLvC en de Dassenwerkgroep betreft wordt in ieder geval de schade hersteld die in het verleden die dassenfamilies en hun leefgebied heeft getroffen, die ook nu weer getroffen worden.